MVV procedure, hoe haal ik mijn Russische vriendin of vrouw naar Nederland
INFORMATIE VOOR ONZE NEDERLANDSE BEZOEKERS
![]()
Lees: (bron: www.immigratiedienst.nl)
Op de ACTUEEL pagina van de IND kun je het laatste nieuws lezen.
Belangrijk:
Gezien de regels omtrent de MVV kunnen veranderen,
adviseren wij je altijd de voorwaarden en procedures te
lezen op de volgende 2 websites:
Immigratiedienst: www.immigratiedienst.nl
NL ambassade in Moscow:
www.netherlands-embassy.ru/consular.html
Daar de Immigratiedienst heel duidelijk de voorwaarden en procedures heeft beschreven over de MVV procedure, beperken we ons hier tot het noemen van enige highlights. Nogmaals, alle detail informatie staat op de website van de IND: http://www.immigratiedienst.nl
MVV
voorwaarden in het kort
NOTE: Raadpleeg ALTIJD de site van de IND
voor eventuele aanpassingen
Aan welke voorwaarden moet uw echtgenoot/partner voldoen?
Uw echtgenoot/partner wil bij u gaan wonen in Nederland. Dan moet hij aan de volgende voorwaarden voldoen:
-
hij is met u gehuwd of heeft met u een geregistreerd partnerschap aangegaan. Uw huwelijk of geregistreerd partnerschap is tevens in Nederland bij de Gemeentelijke Basisadministratie geregistreerd
-
of u bent beide ongehuwd en u kunt dit met officiële gelegaliseerde documenten aantonen
-
hij vormt geen gevaar voor de openbare orde
-
hij is 21 jaar of ouder. In het geval van gezinshereniging, dient hij 18 jaar of ouder te zijn
-
hij gaat met u samenwonen zodra hij in Nederland is:
-
hij gaat met u een gezamenlijke huishouding voeren en schrijft zichzelf in op hetzelfde adres als u
-
hij moet het basisexamen inburgering afleggen (Let op: dit geldt niet als u de nationaliteit heeft van Australië, Canada, Japan, Nieuw Zeeland, Zuid-Korea of de Verenigde Staten).
U moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
-
u bent 21 jaar of ouder. In het geval van gezinshereniging, dient u 18 jaar of ouder te zijn
-
u heeft in Nederland voldoende inkomen; in sommige gevallen wordt het inkomen van u niet getoetst
Aanvragen van een MVV:
Er zijn 2 manieren om een MVV procedure te starten:
-
Jij (in Nederland) start de MVV-procedure door een verzoek om advies bij de IND
-
Jouw relatie (de nieuwkomer) vraagt de MVV zelf aan in het land van herkomst. Dat doet zij bij de Nederlandse ambassade of consulaat.
Jouw verzoek om advies is bedoeld als ondersteuning van de
later in te dienen MVV-aanvraag door de nieuwkomer bij de
ambassade. De beslissing op deze aanvraag is enkel een positief
of negatief advies. Hiertegen kun je geen bezwaar maken. De
aanvraag door de nieuwkomer zelf (bij de ambassade) is de officiële
aanvraag. Tegen een negatieve beslissing kan zij wel bezwaar
maken.
Ons advies is om altijd de procedure in NL te starten, ook al
dient deze vorm als ondersteuning.
De aanvraag geschiedt middels een formulier (kun
je van de IND site halen: http://www.immigratiedienst.nl)
die je op moet sturen
naar de IND.
Afgifte MVV:
Uw relatie met de nationaliteit van Rusland wil naar Nederland
komen. Geeft de IND een positief advies op de aanvraag voor een
MVV? De nieuwkomer neemt dan zelf contact op met de ambassade of
het consulaat in het land van herkomst om de MVV af te halen.
De MVV is een sticker. De ambassade of het consulaat zal het paspoort controleren en daarna de MVV in het paspoort plakken.
Uw relatie heeft 6 maanden de tijd om de MVV op te halen. Als hij de MVV in zijn paspoort heeft, heeft hij 6 maanden de tijd om naar Nederland te reizen.
Kosten:
Een MVV kost Euro 830,- (peildatum Juli 2005)
Gemiddeld duurt het 3 tot 6 maanden voor u te horen krijgt,
of u uw machtiging tot voorlopig verblijf kunt gaan afhalen. De
beslissing op uw aanvraag voor een verblijfsvergunning krijgt u
binnen 6 maanden.
Vragen over uw
dossier of MVV aanvraag?
De informatielijn van de IND is bereikbaar op maandag t/m
vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur op:
Bezoek ook onze NL-FAQ pagina
Nieuwsberichten
(bron: www.immigratiedienst.nl)
Aanscherping gezinsvorming 5 maart 2004
De ministerraad heeft op voorstel van minister Verdonk voor
Vreemdelingenzaken en Integratie ingestemd met een wijziging van het
Vreemdelingenbesluit 2000. Met het besluit wordt het beleid ten
aanzien van gezinsvorming aangescherpt door de leeftijdsgrens te
verhogen van 18 naar 21 jaar en door een inkomenseis te stellen van
120% van het minimumloon alvorens men een (huwelijks)partner uit het
buitenland kan laten overkomen naar Nederland. Met deze maatregelen
wordt uitvoering gegeven aan het Hoofdlijnenakkoord.
De regering acht het in verband met de achterblijvende inburgering en
het niet onbeperkte maatschappelijke draagvlak voor de opneming van
nieuwe migranten noodzakelijk om binnen de grenzen van het
internationale recht een terughoudender gezinsmigratiebeleid te
voeren. Om gezinsvorming te combineren met goede integratie zijn
daarom aanvullende vereisten gesteld, zoals een leeftijdsgrens van 21
jaar en een inkomenseis van 120% van het wettelijk minimumloon. De
leeftijdsgrens van 21 jaar geldt zowel ten aanzien van de in Nederland
verblijvende partner als ten aanzien van de migrerende partner.
De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het besluit wordt openbaar bij publicatie in het Staatsblad.
Inburgeringexamen in het buitenland mag geen onoverkomelijke drempel zijn
Advies aan kabinet: let op uitvoerbaarheid en kosteneffectiviteit
Een examen Nederlands en kennis van de Nederlandse samenleving voor gezinsvormers en gezinsherenigers mag geen onoverkomelijke drempel voor toegang tot Nederland vormen. Het kabinetsvoornemen om een inburgeringexamen in het land van herkomst in te voeren, zal grote infrastructurele en logistieke investeringen met zich mee brengen. Een kritische analyse vooraf van de uitvoerbaarheid van zo'n examen en afweging van kosten en baten is noodzakelijk. Dat is de kern van het advies dat een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van de Zuid-Hollandse Commissaris der Koningin J. Franssen vandaag aanbiedt aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie).
De Commissie vindt dat een examen, zoals het kabinet dat voorstelt, van een redelijk en haalbaar niveau moet zijn. Om dit niveau te kunnen behalen wordt een grote inzet gevraagd van nieuwkomers, die zich daar door zelfstudie in het land van herkomst op moeten voorbereiden. Als zij voor het examen slagen, zijn zij bereid, gemotiveerd en startklaar om een inburgeringcursus in Nederland te volgen. Er is dan sprake van selectie, maar die zal volgens de commissie niet te hoeven samenhangen met verschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. Het gaat om selectie van mensen die kunnen en willen investeren in hun eigen inburgering in Nederland. Zij moeten, eenmaal in Nederland, met de verworven kennis een goede start kunnen maken met de inburgering en integratie hier.
De onafhankelijke Adviescommissie Normering Inburgeringeisen is op 31 oktober 2003 door minister Verdonk ingesteld. In het Hoofdlijnenakkoord formuleert het kabinet voornemens om nieuwe eisen te gaan stellen aan mensen die willen inburgeren in Nederland. Het voldoen aan deze eisen is van belang voor het kunnen verkrijgen van een verblijfsstatus.
De commissie brengt haar advies in twee delen uit. In het eerste deel gaat zij in op exameneisen om voor een machtiging tot voorlopig verblijf (een 'mvv') in aanmerking te komen. In het tweede deel van het advies - uit te brengen in mei - beziet de commissie de normen voor het inburgeringexamen in Nederland. Het kabinet wil dit jaar een voorstel aan de Tweede Kamer doen om het inburgeringexamen wettelijk te regelen.
Voornemen kabinet in beginsel juridisch houdbaar
Hoewel het kabinetsvoornemen in beginsel juridisch houdbaar
is, vindt de commissie dat de praktische uitwerking van de inburgering
in het land van herkomst niet zodanig mag zijn, dat bijvoorbeeld
laagopgeleiden en/of analfabeten geen enkele kans van slagen hebben.
De uitvoering van het kabinetsvoornemen vraagt om forse
infrastructurele en logistieke investeringen. Nu is er namelijk nog
geen materiaal en cursusaanbod in de taal van het land van herkomst
beschikbaar. Op meer dan 160 Nederlandse posten in het buitenland
zullen examens afgenomen moeten (kunnen) worden; het gaat dan om
aantallen variërend van enkele duizenden tot een enkel examen per
jaar. Gezien de verblijfsrechtelijke consequenties van het examen,
moet elke vorm van fraude uitgesloten zijn en moeten er eisen worden
gesteld aan de examenomgeving. De commissie vindt dat vóór
besloten wordt een dergelijk wetsvoorstel in te voeren er eerst een
kosten-batenanalyse moet worden gemaakt. Zij geeft er de voorkeur aan
eerst met proeven ervaring op te doen. Ook meent de commissie dat de
overheid leermiddelen beschikbaar moet stellen waarmee men zich in het
land van herkomst door zelfstudie kan voorbereiden op het examen.
Toetsing kennis van Nederland in het Nederlands discutabel
De commissie omschrijft in haar advies de inhoud van een
beperkt pakket 'kennis van de Nederlandse samenleving'. Gezien de
niveaus van taalvaardigheid die in het land van herkomst behaald
kunnen worden, vindt de commissie verwerving van die kennis en
toetsing hiervan in het Nederlands zeer discutabel. Toetsing van
kennis in de eigen taal lijkt de commissie nauwelijks haalbaar: de
kosten daarvan zullen zeer waarschijnlijk niet in verhouding staan tot
de opbrengsten.
De commissie raadt het daarom af om kennis van de Nederlandse samenleving te examineren. Wel beveelt de commissie minister Verdonk aan audiovisueel materiaal in de talen van de landen van herkomst te ontwikkelen. Gezinsmigranten krijgen zo de kans zich een goed beeld te vormen van de Nederlandse samenleving.
Grote inspanningen nieuwkomers nodig
De commissie stelt vast dat de nieuwkomer, die zich voorbereidt op overkomst naar Nederland, zich veel inspanningen moet getroosten om aan de norm voor het gevraagde niveau van taalvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving te voldoen.
Zij verwacht dat mensen, die zich zelfstandig voorbereiden op het examen, er op zijn minst 250 tot 300 uren voor nodig hebben. Daar komt de studie voor kennis van de Nederlandse samenleving nog bij; volgens de commissie vraagt dat nog eens minimaal 50 uur leren.
De Adviescommissie Normering Inburgeringeisen bestaat uit J. Franssen (voorzitter), mevrouw B.van Arenthals, M. Baba, mevrouw G. Fidancan, K. Jaspaert, mevrouw A.M. Vliegenthart, mevrouw E. Vogelaar, A.C. Zijderveld en W.J. Zwalve.
